Over de groeimindset en de vaste mindset

Een go-getter is een persoon die angsten overwint en zich niet te lang laat tegenhouden door tegenslagen, iemand die zichzelf uitdaagt door doelen te stellen en deze behaalt. Sommige kinderen zijn van nature go-getters en anderen zijn dit niet altijd. Dat wilt niet zeggen dat je ze niet kunt helpen om het go-getters gedrag vaker te laten zien. Het grappige is dat wij mensen allemaal als go-getters geboren worden, baby’s zijn pure go-getters. Ze willen leren om hun flesje zelf vast te houden hoevaak hij ook in hun gezicht valt, ze blijven het proberen. Of wat denk je van dreumesen die willen leren lopen, hoevaker ze vallen des te vaker ze opstaan.

Het belangrijkste stukje van de definitie van een go-getter is voor mij ‘doelen stellen’. Effectieve doelen stellen zijn ontzettend belangrijk, zowel op school als in het latere leven. Door doelen te stellen met je kind leer je ze verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leren en gedrag. Je vergroot daarmee de kans op successen in hun latere leven en je helpt ze aan een mindset waardoor ze zich bewust worden van het feit dat ze (grotendeels) zelf verantwoordelijk zijn om hun dromen te bereiken.

Bij dezen deel ik 7 tips om samen met je kind op een effectieve manier doelen op te stellen, de voortgang bij te houden en samen gemotiveerd te blijven. En gelukkig werken de doelen ook voor volwassenen.

Hoe je je kind in zeven stappen helpt om een go-getter te worden

1. Laat je kind zelf het doel bedenken

Hoe graag je ook wilt dat je kind zich met iets bezig houdt, het is écht beter als je kind zelf op een idee komt. Zeker als je net start met doelen opstellen. Stel je voor dat iemand nu voor jou gaat bepalen dat je Aukaans (= Eén van de Surinaamse talen) gaat leren. Dan zul je er in eerste instantie misschien niet eens gemotiveerd voor zijn. Want waarom zou je het moeten leren en wat heb je er precies aan. Een belangrijk onderdeel van een doel is motivatie. Als je er niet gemotiveerd voor bent, kun je hem ook beter niet opstellen. Als volwassene kun je er wél een beetje in proberen te sturen (succes niet gegarandeerd). Bijvoorbeeld door een categorie voor te stellen ‘school’, ‘thuis’. Maar wees daar voorzichtig mee als je net start, begin leuk en met alle vrijheid! 

2. Maak het doel haalbaar

Schrijf het doel zo duidelijk mogelijk op. Welk gedrag valt er te zien? Zorg dat je kind goed begrijpt wat de verandering is. Schrijf het doel op in makkelijke woorden. Zorg dat het doel te controleren is. Wat is het verschil als je dit doel niet opstelt? Hoe ziet dit eruit? Maar ook hoe ziet het eruit als het doel wél behaald is? Voor sommige kinderen helpt het als je er ook een tijd aan koppelt. Denk S.M.A.R.T.

3. Bespreek de tussenstappen

Elk groter doel heeft tussenstappen. Kleine doelen die eerst behaald moeten worden voordat het grotere afgestreept kan worden. Deze helpen niet alleen om je doel inzichtelijk te maken maar ook om je te blijven motiveren voor je doel. Het is belangrijk om deze net als het grote doel zo duidelijk mogelijk te omschrijven, te evalueren en te vieren als ze behaald zijn. Soms merk je tijdens het behalen van de tussenstappen dat je het einddoel moet veranderen. Prima zeker doen! Zorg dat het leuk en haalbaar blijft!

4. Bespreek de winst van het doel

Waarom wil je dit doel behalen? Wanneer je het voordeel inziet van je doel dan draagt dit bij aan de motivatie om het doel te behalen. Stel dat je het doel nu behaald hebt, wat is er dan beter in je leven? Wat is er dan anders? Kortom, wat levert het doel je op. Dit helpt om de motivatie erin te houden. Dit kun je ook met de tussenstappen doen, wat levert elke tussenstap je al op? Uit onderzoek blijkt dat als je doel ook andere mensen kan helpen, de meeste mensen er nóg gemotiveerder voor zijn. 

5. Wat zijn mogelijke belemmeringen?

Elk doel heeft belemmeringen anders zou je het al doen. Het is dus belangrijk om hier goed over na te denken. Voor jongere kinderen kan deze stap moeilijk zijn dus zul je met voorbeelden moeten komen. Oudere kinderen vanaf (gemiddeld) 9 jaar kunnen hier al prima over nadenken. Welke dingen kunnen ervoor zorgen dat het bereiken van je doel nóg moeilijker wordt? En wat kan jou dan helpen? Wie kan jou dan helpen? Belemmeringen kunnen bijvoorbeeld gedrag zijn, huisregels of dat één van de benodigdheden voor het doel niet altijd beschikbaar is. Bespreek ook met je kind dat ‘opgeven’ een mogelijkheid is. Kijk in hoeverre je daar afspraken over kunt maken. Wie/wat kan jou helpen om door te zetten?   

6. Maak het visueel!

Bij de allerjongsten is het leuk om zoveel mogelijk tekeningen te maken of om er een collage van te maken door plaatjes uit te printen en knippen. Bij oudere kinderen (of minder creatieve kinderen) kan het opschrijven van de doelen ook helpen. Hang de doel op een plek waar het nodig is. Bijvoorbeeld bij het bureau als het om schoolwerk gaat of in de keuken als het om eten gaat. 

Waardeer de inspanning en vier voortgang

Als volwassene zijn we soms iets te kritisch en vergeten we dat we al best veel vragen van kinderen. Kinderen zijn echte gevoelswezen en doen alles vanuit hun gevoel. Willen we hen dus gemotiveerd houden dan moeten we ervoor zorgen dat we ze gemotiveerd houden. Geef complimenten omdat ze het proberen, omdat ze zich ervoor hebben ingespand. Benoem dat je trots op ze bent en dat ze je inspireren omdat ze er zo hard mee bezig zijn. Houd er rekening mee dat ze misschien niet altijd even gemotiveerd zijn en dat je ze soms ook hun rust gunt. Benoem dat en benoem dat je trots bent op het feit dat ze even hun rust pakken. Bekijk de vooraf bedachte belemmeringen en kijk hoe ze er weer bovenop kunnen komen. En vier elke-kleine-stap die ze dichter bij het behalen van hun doel brengt.

Stel je voor. Je staat in de gym. Je gaat voor de eerste keer iets nieuws proberen. Je pakt dat wat je nodig hebt, doet je uiterste best maar het lukt voor geen meter en uit gewoonte roep je ‘ach ik kan dit niet’. Want logisch, je doet het voor de eerste keer dus hoef je het nog niet te kunnen toch? Nu komt er iemand langs en die zegt, ‘Tuurlijk kun je het wel, kijk ik ga je helpen!’. Hij of zij doet wat jij wilde doen tot in perfectie, gelijk 25 herhalingen. Doet het zonder zuchtje zonder kreun en zegt ‘Nu jij!’. Welk gevoel krijg je hierbij? En wat heb jij er precies van geleerd? Wees eerlijk, heb je er nog zin in om het te proberen?

Dit is wat er vaak gebeurt als kinderen uit frustratie ‘ik kan het niet!’ roepen of ‘het lukt me niet!’. Tijdens het helpen willen wij als volwassenen met de allerbeste bedoelingen laten zien dat het ‘goed te doen is’, dus doen wij voor hoe het moet ‘tuurlijk kun jij het wel! Gewoon even doorzetten! Kijk, zo makkelijk!’. Onbewust en onbedoeld laten we dan zien dat wij het wel kunnen, dat wij het ook nog eens makkelijk vinden. Terwijl we totaal voorbij gaan aan het gevoel van het kind, hopen we daarmee ook nog eens het kind te motiveren. We zijn dan verbaasd als het kind boos wordt en/of opgeeft omdat we ons niet bewust zijn van de boodschap die we afgeven. ‘Kijk, zo makkelijk’ zeggen terwijl het kind zijn brein in de overtuiging is dat het niet kan, helpt helemaal niets. Laten zien dat wij het wél kunnen bevestigd nog meer de overtuiging dat het moeilijk is, want wij zijn volwassenen en zij zijn de kinderen.

Hoe kun je kinderen nou het beste uit die ‘ik kan het niet’ stand halen? Lees verder voor mijn tips!

Hoe je het beste omgaat met een kind dat 'ik ksn het niet!' zegt

1. Zorg dat je zelf het goede voorbeeld geeft

Kinderen observeren ons volwassenen. Hoe moeten ze anders weten hoe volwassenen zich gedragen? Als je een ‘ik kan het niet!’ kind wilt motiveren om door te zetten, dan is het belangrijk dat je laat zien hoe jij jouw ‘ik kan het niet!’ gedachten omzet naar ‘ik ga het proberen’, Lead by example. Praat hardop als je iets moeilijk vindt, laat zien hoe jij van een ‘ik kan het niet’-stand overstapt op een ‘ik ga het nog eens proberen’-stand. Sommige kinderen vinden toneelstukjes leuk, waarbij jij als volwassene iets simpels overdreven moeilijk vind. Stel jezelf ervoor open om door je kind gecorrigeerd te worden op de momenten dat je je er misschien niet bewust van bent dat je in een ‘ik kan het niet’-stand stond.

‘The important thing is that when you see your child struggle, let them struggle a little longer than maybe is comfortable for some of us.’

– Angela Duckworth (schrijfster van Grit: The power of passion and perseverance)

2. Bied activiteiten aan die het zelfvertrouwen vergroten

Kies activiteiten uit die het zelfvertrouwen van je kind vergroten, dit zijn activiteiten die je zo hebt voorbereid dat ze haalbaar zijn voor je kind of activiteiten waarvan je al weet dat je kind dit een beetje kan. Dit doe je om het gevoel van ‘proberen’ te activeren. Hierbij benoem je dan uitgebreid de positieve dingen die je ziet. Bijvoorbeeld dat je kind geconcentreerd bezig is, alle spullen overzichtelijk neerlegt. Alles dat je kind even vergeet wanneer het in die ‘ik kan het niet’-stand zit. En vergeet het dan niet uitgebreid te vieren. Je kind heeft namelijk wél doorgezet, raakte afgeleid maar ging door, heeft hulp gevraagd. Er valt altijd wel wat te vieren!

3. Luister én toon begrip

Te vaak willen we het ompraten en aan het gevoel voorbij gaan. ‘Nee natuurlijk kun jij dat wel!’, ‘Jij bent een Obama, wij Obama’s kunnen dat!’. Terwijl het veel fijner is voor het kind om soms gewoon even een ei kwijt te kunnen. Soms is iets gewoon vervelend en moeilijk. En dat is prima. Probeer je goedbedoelde adviezen nog even achterwege te laten totdat er expliciet om gevraagd wordt.

4. Stel open en motiverende vragen

Soms wilt het kind op weg geholpen worden en dan werken open vragen het beste, ‘Wat heb je van mij nodig?’, ‘Wat heb je al geprobeerd?’, ‘Hoe heb je dit vorige keer opgelost?’. Je kunt ook keuzes bieden zoals ‘Je kunt het nu proberen af te maken, of je neemt even een pauze en probeert het dan nog eens’. En verstop kleine complimentjes in je vragen ‘aan jouw vraag kan ik merken dat je er heel goed over nagedacht hebt!’.

5. Weet wanneer je moet instappen

Soms is iets gewoon te moeilijk en dat is geen ramp. Maar het doel is dat er wat vaker geprobeerd wordt. Dat er niet opgegeven wordt omdat het nou eenmaal ‘een jongen / meisje is’, of omdat hij/zij nou eenmaal de zwakste van de klas is. En dat het compleet los staat van het gevoel van eigenwaarde. Dus is het als volwassene belangrijk om er goed bij te blijven en om ook eerlijk te kijken van of misschien nog niet bij de leeftijd/ontwikkeling van je kind past. Biedt dan een aangepaste of versimpelde versie aan. Kijk waar en hoe je het kind een beetje op weg kunt helpen.